Gedupeerde ondernemers doen aangifte na datakluisschandaal.

Het datakluisschandaal rond de Toeslagenaffaire krijgt ook wat ons betreft een nieuw en noodzakelijk hoofdstuk. Na jaren van onduidelijkheid, tegenstrijdige verklaringen en het achterhouden of moeilijk toegankelijk maken van informatie is de grens bereikt. Daarom hebben de Stichting Herstel Ongekend Onrecht en de Belangenvereniging Gedupeerde Ondernemers Toeslagen aangifte gedaan en willen ze dat het Openbaar Ministerie en de Rijksrecherche de klucht rondom de datakluis tot op de bodem gaan uitzoeken.

De datakluis had juist een instrument moeten zijn waarmee gedupeerden toegang konden krijgen tot documenten en informatie die van belang zijn voor hun eigen dossier en rechtspositie. In de praktijk ontstonden echter steeds meer vragen over welke documenten beschikbaar waren, wie daar toegang toe had, welke informatie ontbrak en wat hierover richting gedupeerden en de Tweede Kamer is gecommuniceerd.

Het gaat niet meer om een administratieve fout

Bij de Toeslagenaffaire hebben we jarenlang gehoord dat er fouten zijn gemaakt, processen niet goed liepen en informatie achteraf anders bleek te liggen. Maar er komt een moment waarop de vraag gesteld moet worden of nog wel gesproken kan worden over fouten. Wanneer informatie bewust wordt achtergehouden, wanneer de werkelijkheid anders wordt voorgesteld dan zij daadwerkelijk is of wanneer relevante informatie niet beschikbaar wordt gesteld terwijl bekend is dat die informatie essentieel kan zijn voor slachtoffers, dan moet worden onderzocht wie daarvoor verantwoordelijk is en of daarbij strafbare feiten zijn gepleegd. Dat onderzoek hoort niet uitsluitend binnen het ministerie zelf plaats te vinden.

Aangifte

Het is dringend noodzakelijk dat een onafhankelijke instantie onderzoekt wat er precies rondom de datakluis is gebeurd. Niet opnieuw een intern onderzoek waarna wordt geconcludeerd dat processen “onvoldoende zorgvuldig” waren of dat de Kamer “onvolledig is geïnformeerd”. Slachtoffers hebben recht op hun eigen informatie

Voor slachtoffers van de Toeslagenaffaire zijn documenten geen administratief detail. Die documenten kunnen noodzakelijk zijn om te begrijpen waarom de overheid bepaalde beslissingen heeft genomen, wie daarbij betrokken was en welke informatie over een gezin of ondernemer is vastgelegd en gedeeld. Wanneer juist die informatie jarenlang moeilijk verkrijgbaar is, terwijl slachtoffers ondertussen wel moeten bewijzen welke schade de overheid hun heeft toegebracht, ontstaat een fundamentele ongelijkheid. De overheid beschikt over de systemen, ambtenaren, dossiers, interne e-mails en juridische ondersteuning. Het slachtoffer moet vervolgens proberen te reconstrueren wat diezelfde overheid jaren geleden met hem of haar heeft gedaan. En vervolgens wordt van dat slachtoffer verlangd dat hij zijn schade bewijst.

“Verkeerd voorgelicht” is geen antwoord

In Den Haag wordt bij onjuiste informatie al snel gesproken over “onvolledig informeren”, “onjuiste beeldvorming”, “een ongelukkige formulering” of “verkeerd voorlichten”. Maar woorden veranderen de feiten niet. Als uit onderzoek zou blijken dat betrokken functionarissen wisten dat informatie niet klopte en desondanks bewust een andere voorstelling van zaken hebben gegeven, dan moet worden onderzocht of daarmee wettelijke grenzen zijn overschreden. Politieke verantwoordelijkheid mag bovendien niet automatisch betekenen dat individuele juridische verantwoordelijkheid verdwijnt.

Na jaren Toeslagenaffaire is transparantie geen gunst

Juist na alles wat tijdens de Toeslagenaffaire is gebeurd, zou volledige openheid het uitgangspunt moeten zijn. Slachtoffers zouden niet opnieuw WOO-verzoeken, procedures, bezwaren en rechtszaken moeten voeren om informatie boven tafel te krijgen die betrekking heeft op hun eigen zaak. De overheid vraagt slachtoffers voortdurend om bewijs. Dan mag diezelfde overheid verwachten dat slachtoffers ook zeggen: laat dan eerst zelf alle stukken zien.den getrokken.